In de zaak met rolnummer 6426

VERZOEKSCHRIFT TOT EN MEMORIE VAN TUSSENKOMST

Aan de Heren Voorzitters en Dames en Heren in het Grondwettelijk Hof

VOOR :      Volledige familienaam en voornaam, geboortedatum en plaats, beroep en officiële woonplaats (zelf in te vullen).

Wenst zich overeenkomstig artikel 87 § 2 van de Bijzondere Wet van 6 januari 1989 op het

Grondwettelijk Hof tussen te komen en zich als partij toe te voegen aan de procedure bij het

Grondwettelijk Hof gekend onder:

– Rolnummer 6426.

VOOR:

Alle tussenkomende partijen hebben als raadsman, Mr. Elise MERCKX, Brusselsesteenweg 30, 3020 Herent.

Alle tussenkomende partijen doen keuze van woonplaats bij bovengenoemde raadsman (Mr. Elise MERCKX, Brusselsesteenweg 30, 3020 Herent).

TEGEN:

Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, met als adres het kabinet van de minister-president, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel.

Partijen wensen overeenkomstig artikel 87 § 2 van de Bijzondere Wet van
6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof tussen te komen en zich als
partij toe te voegen aan de procedure bij het Grondwettelijk Hof gekend
onder:
– Rolnummer 6426:

-Het verzoekschrift tot vernietiging neergelegd bij het Grondwettelijk Hof op 11/05/2016 en uitgaande van de Heer Peter Mertens, Giucciardinistraat 27 2050 Antwerpen (Linkeroever) en de Heer Tom De Meester, Jan Furnièrestraat 2, 9050 Gent, hebbende als raadslieden Mieke Van den Broeck en Rigtje Jeeninga.

  • waarbij een verzoek tot vernietiging werd ingediend tegen:

artikel 128 tot en met 134 en artikel 135,18° , Hoofdstuk 11 (Energie), van het Vlaams Decreet van 18/12/2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2015 ( bijlage 1)

  1. PROCEDURE
  2. Belang van de tussenkomende partijen (artikel 87 §2 Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof van 6 januari 1989).

Tussenkomende partijen worden vanaf 1 maart 2016 door het bestreden Decreet financieel benadeeld als belastingplichtige en als “ afnemers “ die elektriciteit van het net afnemen door de bestreden heffing waarvan het bedrag afhangt van het gebruik.

Alle verzoekers zijn private persoon met een afnamepunt van het elektriciteitsnet. Naargelang de schijf voor het verbruik  zoals uiteengezet in Parl. St. VI. 2015-2016 nr 544/5 ,varieert de vermeerdering van het tarief van de heffing per afnamepunt.

Alle personen die mee tussenkomende partij zijn in dit verzoekschrift zijn persoonlijk, rechtstreeks en ongunstig geraakt door de bestreden norm en dienen deze extra heffing te betalen.

De bestreden elektriciteitsheffing betreft een forfaitair bedrag per afnamepunt voor elektriciteit volgens de hoogte van het verbruik. De hoogte van het forfaitaire bedrag hangt af van het totale verbruik op een afnamepunt. Een afnamepunt is niet hetzelfde als een elektriciteitsteller. Men kan twee tellers hebben, maar slechts één afnamepunt. Elk afnamepunt komt overeen met één EAN-nummer. Staat op elke teller hetzelfde EAN-nummer, dan is er slechts één afnamepunt. Conclusie: wie twee verschillende EAN-nummers heeft, heeft twee afnamepunten, en zal de heffing twee keer aangerekend krijgen! 

In bijlage de stukken van eerste tussenkomende partij Andy Vermaut. Het betreft de vermelding op zijn electriciteitsfactuur van de heffing die hij dient te betalen rekening houdend met zijn sociale situatie (stukken 1).

In bijlage de stukken van tweede tussenkomende partij Raf Verbeke. Het betreft een voorstel van zijn electriciteitsleverancier voor de hernieuwing van zijn contract met voordeliger tarief. Met vermelding van de 100 euro te betalen in het kader van de bestreden heffing (stukken 2).

In bijlage tevens de voorschotfactuur van de energieleverencier van Philippe Desmet, waarin de electriciteitsheffing duidelijk is opgenomen (stukken 3).

Alle tussenkomende partijen zijn inwoners van Vlaanderen en zijn onderhevig aan de regelgeving van het Vlaamse Gewest waaronder de artikels 128 tot en met 134 en artikel 135,18° , Hoofdstuk 11 (Energie), van het Vlaams Decreet van 18/12/2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2015.

De tussenkomende partijen Raf Verbeke en Andy Vermaut en Philippe Desmet  tonen aan dat zij de bestreden heffing voorzien in het Vlaamse Decreet van 18/12/2015 effectief krijgen aangerekend op hun respectievelijke energiefacturen.

Aangezien de heffing als gevolg heeft dat de energiefacturen verhogen en de tussenkomende partijen hierdoor financieel rechtstreeks nadeel leiden, hebben alle tussenkomende partijen ook effectief belang bij de vernietiging van de heffing zoals voorzien in het Vlaamse Decreet van 18/12/2015.

  1. MIDDELEN TOT VERNIETIGING

Eerste Middel:
Schending van artikel 170 §2 van de Grondwet, schending van de artikelen ster en 11 van de Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (hierna: Bijzondere Financieringswet), schending van het beginsel non bis in idem in fiscale zaken, al dan niet in combinatie met een schending van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) door de artikelen 129 en 130 van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016.

In titel XIV van het Energiedecreet van 8 mei 2009 is met ingang van heffingsjaar 2015 een forfaitaire heffing per afnamepunt (gedefinieerd in artikel 1.1.3, 10°, Energiedecreet) van elektriciteit aangesloten op het elektriciteitsdistributienet, op het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit of op een gesloten distributienet van elektriciteit opgenomen. In het Vlaamse Gewest zijn er ongeveer 3,3 miljoen dergelijke aansluitingspunten.Deze heffing wordt door de bestreden bepalingen echter zodanig verruimd en gewijzigd, dat het niet langer gaat om een belasting op het aansluitingspunt, maar wel over een belasting op elektriciteitsverbruik.
Als belasting valt de bedoelde heffing onder de toepassing van artikel 170, § 2 van de Grondwet.
Op grond van die bepaling zijn de gewesten bevoegd om gewestelijke belastingen te heffen, maar de federale wetgever kan daarop uitzonderingen bepalen.
Op grond van artikel 170 §2, lid 2 van de Grondwet heeft de federale wetgever een beperkende bevoegdheid ten aanzien van gemeenschappen en gewesten. In het raam hiervan heeft de federale wetgever een wettelijk non bis in idem-beginsel ingevoerd, door aan de deelstaten het verbod op te leggen belastingen te heffen op materies die reeds federaal belast worden of om op federale belastingen opcentiemen te heffen of kortingen toe te staan.
Met toepassing van die bepaling heeft de federale wetgever onder meer alle materies die al het voorwerp uitmaken van een federale belasting van de fiscale bevoegdheid van de gewesten uitgesloten, zodat de gewesten slechts een belasting kunnen heffen op ‘maagdelijke materies’. Aangezien op elektriciteitsverbruik reeds een federale heffing bestaat, is er hier sprake van een dubbele belasting op dezelfde materie, hetgeen in strijd is met artikel 170 §2 van de Grondwet alsook met artikel 11 van de Bijzondere Financieringswet met het non bis in idem beginsel in fiscale zaken en met de bescherming van eigendom, zoals bepaald in van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol van het EVRM.

Tweede Middel:
Schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet door de artikelen 139 en 130 van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016.

Het hoofdstuk 11 “Energie” van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 voorziet in een heffing op elektriciteitsverbruik en op aansluitingspunten op het elektriciteitsnet.
Het artikel 129, 3° van dit decreet bepaalt dat het geheel van de afnamepunten van een gesloten distributienet als één afnamepunt worden beschouwd.
Hierdoor wordt wie een afnamepunt heeft op een gesloten distributienet vrijgesteld van betaling van de beoogde heffing. Deze vrijstelling zorgt voor een ongelijke behandeling tussen wie een afnamepunt heeft op het elektriciteitsnet, en wie een afnamepunt heeft op een gesloten distributienet. Deze ongelijkheid wordt niet gerechtvaardigd, noch is denkbaar waarin zij pertinent zou zijn of proportioneel met het doel van de heffing.

De vrijstelling komt neer op een vrijstelling van grote bedrijven, zodat deze bevoordeeld worden ten opzichte van de particuliere elektriciteitsconsument en kleine of middelgrote bedrijven. Deze ongelijke behandeling tussen particulieren en kleinere bedrijven langs de ene kant en grote bedrijven aangesloten op een gesloten distributienet langs de andere kant, maakt een discriminatie uit daar de ongelijke behandeling gebeurde op een niet pertinent criterium en zij bovendien niet gerechtvaardigd is.
Slechts wie aangesloten is op het elektriciteitsdistributienet of op het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit dient de heffing te betalen. Een aantal grote bedrijven is echter rechtstreeks aangesloten op het hoogspanningsnet of transmissienet. Zij betalen geen heffing. Het gaat echter over elektriciteitsconsumenten, die een elektriciteitsaansluiting hebben en elektriciteit verbruiken. De vrijstelling van wie aangesloten is op het transmissienet is niet gemotiveerd, noch wordt zij gerechtvaardigd. De vrijstelling maakt echter een evidente ongelijke behandeling uit tussen wie aangesloten is op het transmissienet en wie aangesloten is op het elektriciteitsdistributienet of op het plaatselijk vervoersnet.
Artikel 130 van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 voegt in het Energiedecreet categorieën in, gebaseerd op de hoogte van het elektriciteitsverbruik, die bepalen hoeveel de heffing per categorie bedraagt.
De indeling in deze categorieën gebeurde op een manier die een ongelijke behandeling in het leven roept, daar zij geen rekening houdt met de objectieve verschillen die er bestaan tussen alleenstaanden en gezinnen en tussen particulieren en bedrijven. De berekeningswijze van de heffing leidt ertoe dat alleenstaanden overmatig belast worden. Bovendien worden huishoudens overbelast ten opzichte van bedrijven en zeker ten opzichte van grote bedrijven.
Tenslotte schenden de categorieën van artikel 130 het gelijkheidsbeginsel waar zij wie meer verbruikt, minder belast. Deze keuze tot degressiviteit van de heffing zorgt ervoor dat de kleine verbruiker benadeeld wordt ten opzichte van wie veel verbruikt en is niet gerechtvaardigd, te meer daar zij niet coherent is met het milieubeleid van de Vlaamse overheid.
Gelet op de niet gerechtvaardigde ongelijke behandeling, vormen de bestreden bepalingen een schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet.

Derde Middel:
Schending van artikel 16 van de grondwet al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel door het artikel 133 van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016.

Het hoofdstuk 11 “Energie” van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 voorziet in een heffing op elektriciteitsverbruik en op aansluitingspunten op het elektriciteitsnet.
De heffing wordt berekend op het energieverbruik van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de heffing wordt geheven. Dit houdt een retroactiviteit van de heffing in.

De belastingplichtigen zijn er in het jaar 2015 niet van op de hoogte gebracht dat hun elektriciteitsverbruik van dat jaar progressief belast zal worden met een bijkomende heffing. Zij hebben hun verbruik dan ook niet kunnen aanpassen aan dit gegeven.

Dit maakt een retroactiviteit in van de belasting, die in strijd is met artikel 16 van de Grondwet, in samenhang met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Bovendien schendt de retroactiviteit van de heffing het rechstzekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.

BEHAGE HET HET HOF:

De tussenkomst van alle hierboven geciteerde partijen ontvankelijk te verklaren.

Dienvolgens alle verzoekers als partij te laten tussenkomen in huidig geschil.

De beroepen tot vernietiging van verzoekers ontvankelijk en gegrond te verklaren en de bestreden wetsbepalingen te vernietigen.

Herent , 14 juli, 2016

Voor verzoekende partijen, hun raadsman:

MERCKX Elise

INVENTARIS DER STUKKEN

          1. Kopie van de electriciteitsfactuur van  Andy Vermaut.
          2. Kopie van leveringsaanbod van Raf Verbeke.
          3. Voorschotfactuur Ecopower 7/06/2016 Philippe Desmet.